Het oude karretje onze Fiat Brava begon teveel vervaarlijk te piepen en te kraken. De nieuwe moest iets groter zijn, en niet te oud. De Ford Focus C-Max was een tijd Addie’s favoriet. Maar uiteindelijk is het toch een Toyota Prius geworden. Het is een automaat en dat is wennen. Je grijpt steeds mis naar de versnellingspook. De jongens vinden het een coole auto. Want veel opbergvakjes overal en ze kunnen zelf hun ramen bedienen. En met de sleutel de lampen laten flikkeren vinden ze ook leuk. Hij is mooi, donkergrijs, lijkt eigenlijk best op de Brava, maar een slagje groter. De bagageruimte achterin is iets kleiner omdat daar de batterij ook zit verstopt. Hoe dat hybride systeem werkt dat kun je op het dashboard scherm mooi volgen. Dat leidt in het begin trouwens wel af dat scherm, moeten we nog aan wennen, niet vergeten dat we ook op de weg moeten letten. Tijdens onze eerste ritjes voelen we ons wat opgelaten, in zo’n brandnieuwe auto terwijl we tweedehandsjes gewend zijn. En in zo’n rijdend milieustatement, alsof we nu ook verplicht zijn om de hel en verdoemenis campagne van Al Gore te gaan verdedigen.
