Moeder Riet vertelt. Op aandringen van tante Alie (onderwijzeres in Leiden) en tante Gemma (zuster in het klooster) gaat Riet de zesde klas van de lagere school in Aarle Rixtel (Mariëngaarde???) doen. Intern. Dus in het klooster, op de kostschool. En daarna daar de Ulo. Opa Wijnker stribbelde nog wel tegen want dat was prijzig. Toch wel een soort privilege zo’n kostschool. Ergens om en nabij 1950 was dat. Vier keer per jaar met de trein naar huis, met de herfst-, kerst-, paas- en zomervakantie. Slapen in nisjes in een grote zaal.
Na die Ulo wil Riet misschien ook wel onderwijzeres worden. Dus dan ga je naar de Kweekschool. Vanuit Aarle Rixtel bij die orde (Zusters van Liefde van OLV Moeder der barmhartigheid (Zusters van Tilburg)???) zou dat normaal gesproken in Tilburg zijn, met ook een goede uitgangspositie om tzt in die orde in te treden als non, dat zag met name tante Gemma wel zitten. Maar Riet niet. Die hoorde van vriendin Cok Warmerdam dat die naar de Kweekschool in Bergen wilde dus daar wilde Riet dan ook heen.
Chris zat op het Werenfridus Lyceum, ‘gewoon’ in Hoorn, elke dag op de fiets heen en weer uit Grootebroek. Gek genoeg was hij wel al een keer in Aarle Rixtel geweest, namelijk met opa Temme mee toen die op bezoek ging bij Anna Smits omdat die wilden gaan trouwen. Anna kwam namelijk wel eens in Grootebroek om op neefjes en nichtjes te passen in de vakanties en al snel nadat opa zijn vrouw verloren had was hij achter Anna aan gegaan.










