Zondag 22 juli de volgende etappe. De oversteek van het schiereiland stond ons te wachten. Met het plan om vanavond een bed & breakfast te scoren!
Na een langdurige klim kwamen we in een soort grote kom, midden op het schiereiland, en moesten we kilometerslang tussen de turf-afgraverijen doorwandelen. Het was heet, en saai. Jammer dat het zondag was, anders hadden we misschien de ontginning in werking gezien. Dat moet wel een bedroevend gezicht zijn. Het is akelig werk, brengt weinig op, turf als energiebron is zó van vroeger. En bovendien wordt het landschap beroofd en verwoest. Wat in eeuwen gevormd is wordt zo effe weggehaald.
De kom bestond dus uit veengrond met grassige begroeiing en zonder enig boompje. Verderop was wel een bosje, en vanwege de hitte en de zon snakten we ernaar daar te komen. In het bos passeerden wij het Nederlandse stel dat de hele tijd voor ons had gelopen. Zij zaten pauze te houden en te praten met… Arjan en Esther uit Deventer die we in Laragh hadden ontmoet. Zij hadden besloten ook nog even de Dingle way te doen, maar dan anders om. Wij wisten echter met beter dan dat ze de Ring of Kerry aan het doen waren. Het was leuk ze weer te zien. We vertelden dat we in Waterford nog een spoor van ze gevonden hadden.
Na een kwartier babbelen gingen we weer ons weegs. Dat is gek, ben je hevig verrast dat je ergens ver weg, mensen tegen komt die je graag mag en die je daar totaal niet verwacht, en dan zeg je na een kwartiertje weer gedag, niet wetend of je ze ooit nog weer zult zien. Toch heb je niet grote behoefte om adressen uit te wisselen, want dat zou misschien verplichtingen scheppen voor na de vakantie, wanneer je weer met andere bezigheden en in een andere stemming bent.
Bij Inch waren we aan de overkant van het schiereiland aangekomen. We keken uit op het strand en voelden voor een zwempartij. Dat was een goed idee, het was heerlijk, een mooi strand, schoon, niet koud water. De Ieren vertelden ons dat het nog nooit zo druk geweest was op het strand, maar voor Nederlandse begrippen was het rustig. En dat de auto’s op het strand geparkeerd stonden was enigszins noodzaak omdat er geen parkeergelegenheid was. Maar het is een gek gezicht, al die auto’s aan de vloedlijn, en de familie’s er naast in het zand. Ierse moeders zorgen er angstvallig voor dat hun blonde kindertjes niet verbranden, met hoedjes en shirtjes en zonnebrandcreme.

Toen iedereen naar huis ging ontstonden er fikse opstoppingen. Maar het was een verademing om te zien hoe gelaten en welgemutst iedereen dat onderging. Nergens boze blikken of opdringerige auto’s of getoeter. Iedereen aanvaardde z’n lot en wachtte rustig totdat ze verder konden. In Nederland zul je dat niet zo zien. Maar ja, een file na een dagje strand komt in Ierland niet zo vaak voor.
Vlakbij was een bed & breakfast na nog wat zeuren van Djeph dat het bordje zo sjiek was en dat het vast heel duur was, en nadat de eigenaar heel aardig bleek en bezorgd vroeg of we ons de (normale) prijs van £ 10 p.p. konden veroorloven gingen we erin. Het was een groot huis, prachtig gelegen, met uitzicht over de zee. De eigenaar liet ons onze kamer zien, klein maar goed met stevig bed en onthaalde ons in de family room op een ferme, zeer welkome, pot thee. Hier was het goed toeven, dat hadden we gelijk door. De man hield van praten, maar liet ons ook prettig met rust en gaf ons het gevoel dat we welkom waren. Uit hoe hij over “the lady” sprak, zijn vrouw dus, kregen wij het idee dat straks de huistiran thuis zou komen, maar het bleek ook een hele aardige mevrouw. Buiten, op ons gasje op het terrasje, ons maaltje gekookt. In de stille avond werden hier de midgets wel erg lastig.
