Napels

Vandaag heb ik de Middellandse Zee gezien. En wel vanuit de metro / trein vanuit Napels naar Pompeï, naar de camping. En ook tegelijk met de Vesuvius. Links de Middellandse Zee, rechts de Vesuvius.

Onder wat voor boom ik sta met mijn tent weet ik niet, maar er staan hier ook een zoot sinaasappel- en citroenbomen. En ze zien er nog echt uit ook, groot en sappig en oranje en zo. En weer gratis warme douche! Maar daar moet je dan wel drie kwartier voor treinen vanuit Napels, dichterbij leek er geen camping te zijn.

Vandaag dus ook mijn leven gewaagd, door naar Napels te gaan. Met de trein dit keer, toch maar. Toen bleek dat de camping zo ver weg was, ging ik maar naar de jeugdherberg in de stad. Word ik me daar toch afgezeikt door die eigenaar dat ik lid moest zijn en dat ik maar in een hotel moest gaan en … Gelukkig was dat niet mijn eerste Napelse contact, want er had mij ook al een man heel vriendelijk naar de metro geholpen.. Maar ik verblijf dus niet in de jeugdherberg, alleen al om die man wilde ik geen lid worden en er toch blijven.

Toen met rugzak en al naar het voetbalstadion gelopen. Ik kwam in een heel volkse wijk terecht, waar ik behoorlijk de aandacht trok. Het was een wijk zoals ik die in heel Rome en Florence absoluut niet ben tegengekomen, volks, druk, levendig, alles gebeurt op straat, winkels alles uitgestald, goedkoop. Ik voelde wel een zekere spanning maar misschien kwam dat nog het meest door alle waarschuwingen die ik vooraf van mensen gekregen had. Als ik iets vroeg aan iemand werd ik ontzettend goed en vriendelijk geholpen. Kinderen wilden me nog wel eens nalopen, maar dat was ook niet echt vervelend.

Afijn, en dus een kaartje gekocht voor FC Napoli – Torino voor morgen. En wel voor 44000 lire. Je kon in die wijk echt goed zien voor welke club men was aan alle vlaggen uit alle ramen. Ook in die buurt boodschappen gedaan, dat was heel leuk, ze waren heel vriendelijk en behulpzaam. Toen nog te vroeg uit de metro naar  het Centraal Station gestapt, en dus nog een stuk door een ander deel gelopen.

Het is echt heel anders dan Rome of Florence. Ik vind het op zich veel leuker, levendiger, echter, maar ik word er hier wel veel meer met mijn neus op gedrukt dat ik een buitenstaander ben.

Vaticaanstad

Dit is heel indrukwekkend, en verbazingwekkend. Dat dit bestaat. Die Sint Pieter is wel zo waanzinnig versierd aan de muren en de plafonds, en zooo groot… en dat plein…

Op de lijst van pausen zag ik trouwens dat er 2 Theodorussen zijn geweest, waarvan de laatste trouwens al in 900 na Christus stierf. Jammer anders had ik nog wel een trendje willen zetten. Kees en Bert en ik geloof ook Gerard en Joost hebben die kans nog wel. Paus Joost I. Johannes is de populairste, verreweg, daar zijn er al zo’n 26 van geweest. Maar ja er zijn ook zoveel Johannesen in de wereld.

Vanmorgen bij een Alimentari brood, melk en kaas gekocht: fl 15,–. Word ik nou afgezet of is het gewoon zo duur?

Gisteravond nog in gesprek geraakt met een stel Italiaanse jongens (± 25 jaar) toen zij en ik zaten te schuilen voor de deur van een kerk voor een bui die niet ophield. Het begon dat zij mij voor Duitser, en landgenoot van Rudi Völler, hielden, maar nee, ik was landgenoot van Ruud Gullit en Marco van Basten en Frank Rijkaard, wat een verrassing. Het ging verder dus voornamelijk over voetbal, maar het was leuk, leuke jongens. Zij waren fans van AS Roma.

Vandaag was het voor het eerst lekker warm. En je kunt hier douchen, dat bestaat bijna niet, je kunt gewoon warm douchen, geen gelul met muntjes of zo, en niemand die je er na 3 minuten uithaalt. En een goeie warme flinke straal, geweldig.

In de tent naast mij zitten ze televisie te kijken! Het is werkelijk het kleinste lichtgewichtste tentje dat ik ooit gezien heb, en er zitten twee personen, volwassen, in tv te kijken. Tent dicht en tv aan. Gisteravond ook al, en vanavond kwam ik om ± 20 uur thuis hadden ze zich ook al gekluisterd. Telkens als er een spannende scene voorbij is, en er komt een rustig stuk, dan gaan ze effe verliggen en wisselen een woord. Het zijn Duitsers en ze kijken naar de Italiaanse tv. Campingamusement.

Midden in de St. Pieter stond een preekgestoelte onder een baldakijn waaronder wel veertig pausen bij elkaar op hun schouders konden staan.

Aanspraak

Lig ik mijn siësta te houden in het park voor het Colosseum, gaat er een vent tegen me aan staan te lullen. Geïnteresseerd in wat ik hier doe, en wat ik van Rome vind en zo. Ik antwoord vriendelijk, maar ben tegelijkertijd op mijn hoede dat ie straks na een inleidend gesprekje mij zonder pardon geld en fototoestel afneemt en wegloopt. Maar nee, na 5 a 10 minuutjes kletsen gaat ie gewoon weg. Blijft natuurlijk de mogelijkheid dat hij nu ergens achter een bosje zit en dan als ik langskom mij alsnog zal beroven.

Misschien was het ook wel een bemiddelaar in sex, want hij zei nog dat er many girls waren hè in Rome, many many girls, knipoog, knipoog, en of ik ook naar de discotheek ging. En dat ie gewoon weg ging omdat ik niet hard genoeg toehapte. Wat je allemaal niet bedenkt…

Rome

Die trottoirbanden hier! Stoeprandje spelen zou makkelijk zijn. Hoewel dan toch niet hier in de stad Rome want het is barstensvol met auto’s. Je kunt hier weer net zo leuk kamikazetje spelen als in Parijs door zo’n drukke straat of plein over te steken. Als je echter goed laat zien wat je wilt lukt het oversteken wel. Maar toch maar niet overmoedig worden.

Trend: niet alleen jongens maar ook meisjes in trainingsbroeken: van die zwarte glanzende stof, rechte pijpen, en zo’n band aan de zijkant met patroon in blauw. Of zo.

Op stations kun je informatie halen uit computers, compleet met printer. Het is effe wennen maar toch wel handig.

Vannacht voor het eerst sinds drie nachten niet naast een snelweg geslapen waar de vrachtwagens de hele nacht doorraasden. De camping Autosole in Florence was wat dat betreft niet ideaal. Camping Flaminio hier in Roma is trouwens zowiso veel beter.

Ik werd voor de poort afgeleverd door een Romein en een Romeinse. De andere helft van Florence – Rome had ik afgelegd met vrachtwagenchauffeur Jan uit Urk. Toen ik door de politie gesommeerd werd niet te gaan liften bij het tankstation, kwam Jan net het benzinestation binnengereden. Ik schoot hem aan en na lang peinzen mocht ik mee. Het was duidelijk niet zijn gewoonte. Maar het was leuk. Toen ik het hem vroeg zei hij: “Da’s nie zo slim hè?!”.

Ik moet me nog erg aanpassen aan het ritme hier. Als je iets wilt regelen, of doen, geld halen of museum bezoeken, moet je dat tussen 9 en 13 uur doen, daarna zijn ze dicht. Dus moet je vroeg opstaan. Verder slapen kun je dan wel weer tussen 13 en 16 uur want dan zijn de winkels toch ook dicht. Dit alles wil nog niet zo lukken.

Al die scooters en brommertjes, prachtig zoals die door de stad sjezen.

Winkeltjes, hele kleine winkeltjes, wanden tot aan het plafond volgestapeld met artikelen, en heel gespecialiseerd.

Wordt er hier in de kerk van Santa Maria Maggiore prachtig gezongen door een koor, gaat er een Duitse gids doorheen staan te schetteren.

Rome, geweldig, groots, waar je ook om je heen kijkt, je ziet de welvaart, de grootsheid, hetzij van vroeger, hetzij van nu. Het is echt prachtig.

Ik had Italiaans moeten leren.

Ik had me moeten inlezen.

Mooi is dat, dacht ik lekker vroeg naar Italië te gaan, in mei al, ben ik in de moesson terecht gekomen. Terwijl het in Nederland nu prachtig weer is. Als ik straks terugkom ben niet ik schoenpoetsbruin, maar zij!

Niet dat het hier nou zoveel regent, maar het is wel al vier dagen bewolkt. De Italianen hopen zelfs dat er maar zoveel mogelijk valt, voor hun gewassen, want van juni tot november regent het waarschijnlijk helemaal niet meer.

Liftbordje_500x522

Florence

Zit ik voor de kerk San Spinto mijn siësta te houden, komt er een groep Duitsers aan en die gaan 10 meter voor mij groepsgewijs naar de kerk staan kijken. Niemand zegt iets. De gids staat midden tussen hen in en was niet te zien. Een grappig gezicht. Maar zodra ik mijn fototoestel ga instellen is iedereen plotseling z’n aandacht voor de kerk kwijt en begint zenuwachtig met elkaar te mompelen. Dus geen foto gemaakt.

Van Mainz werd ik meegenomen naar Rasthof Hardstadt bij Heidelberg door man vrouw kind en een wagen vol planten. Van Heidelberg met een Italiaans echtpaar uit Milaan helaas niet rechtdoor naar Italië, maar naar Rasthof Schauinsland bij Freiburg. Mooie auto, mooie mensen, lekkere kiwi, stijlvol hoor! Van daar naar de grens met la Suisse door een Zwitsers meisje dat toevallig al een jaar in Nederland werkte en dus goed Nederlands sprak. Ze was zelfs erg blij dat er een Nederlander meeging want ze zat al vanaf 04:00 uur in de auto en was al bijna in slaap gevallen. Ze bracht me helemaal tot bij een camping bij de splitsing van de autobaan naar Bern / Luzern, hetgeen ook nog dichtbij een Rasthof was. Zo had ik dus op zaterdag een geweldig stuk gedaan, het was zeer voorspoedig gegaan.

Volgende dag weer op tijd naar in ± 25 minuten naar de Rasthof gelopen. Daar duurde het wel een beetje lang, maar toch meegenomen door een man met 2 zonen in legeroutfitjes in een Jeep. Heel grappig, de Jeep was 25 jaar oud en het was z’n grootste hobby. Meegenomen naar de volgende Rasthof vlak voor Luzern. Daar meegenomen door een Duitse vakantieganger, huisje aan het Lago Maggiore, naar Bellinzona vlak voor de Italiaanse grens. De man was verbaasd toen ik hem om een lift vroeg en nam me eerst helemaal van top tot teen op. Het was zo’n man van het lieve soort.

En zo nam ik de bergen! Voor het eerst in m’n leven. Aan de andere kant was het meteen mooi weer maar wel een geweldige wind. Toen meegenomen door een Milanees die jaren in Duitsland gewerkt had, tot onder Milaan bij een tankstation. Een geweldig aardige, stijlvolle, leuke man. Van hem had ik een foto moeten maken. Echt een Italiaan, en geen spoor van arrogantie. Toen nog even proberen met het bordje Firenze. De meeste langskomers waren voetbalfans die Inter weer eens hadden zien winnen.

Maar daar was een Spanjaard, fabrikant en textiel (biljartlakens!) die net terugkwam van een internationaal biljarttoernooi dat hij gesponsord had, en die in Prato vlakbij Firenze (± 15 km) moest zijn. En zo kwam ik die avond nog ter plaatse. Weliswaar laat en ook door een geweldige bui heen (toen ik nog in de auto zat), en ik vond nog een camping ook. De man begreep niet waarom ik niet theologie studeerde. En zijn broek was ook van zijn eigen stof gemaakt.

Dus in twee dagen van Utrecht naar Florence gelift, eitje toch?!

Wat vind ik van Florence? Mooi, prachtig, ik probeer mij voor te stellen wat zich hier allemaal in vroeger tijden heeft afgespeeld, dat moest geweldig zijn. Pas na 1 1/2 dag heb ik een VVV gevonden. En ik was natuurlijk te krenterig om een kaart te kopen, dus nu, nu ik besloten heb om morgen verder te gaan, en nu ik bij het VVV een foldertje heb gekregen, weet ik pas waar alles is. Ik heb gisteren heel veel gelopen en heel veel gezien, maar het blijkt nog lang niet alles te zijn. Toch ook jammer dat ik mij van te voren niet in de geschiedenis verdiept heb.

Gestrand in Utrecht

Vanochtend vanuit mijn tent bij het wakker worden de eerste indrukken opgedaan van Toscane en Florence. Gisteravond bracht de laatste lift mij namelijk pas heel laat en toen het al lang donker was hierheen. Ik vond toen zowaar nog een camping, op ± 12 km van het centrum van Florence. Eerste indruk: het is in Italië toch altijd een strakblauwe lucht en bloedheet??? Dat blijkt dus niet zo te zijn. Eerste dag in Italië: geen zon gezien.

Maar om nog een verhaal af te maken… na dat eerste motoragentje was ik niet onder de indruk en liep gewoon weer verder langs de snelweg. Na 5 minuten zie ik plotseling weer zo’n oranje-witte motor naast me tot stilstand komen. Visioenen van tralies en water en brood. Ik begin te stampvoeten, ik dacht eerst dat het weer dezelfde was, maar toen ik na 5 minuten stampvoeten opkeek was het een andere motoragent. Deze was ook weer heel vriendelijk, maar wilde me toch wel zeker daar weg hebben, anders zou ik een prent krijgen. Ondertussen regende het nog steeds en was het vreselijk koud. De baling was zo groot, ik besloot broer Kees te gaan opzoeken. Wat een geluk dat die in Utrecht woont. Na ± een half uur lopen was ik om ± 9:00 uur bij zijn huis, waar Martin opendeed, en Kees nog in diepe rust was.. Ik ging bij hem op de kamer zitten en de krant lezen en toen ik die 3 keer uit had werd Kees wakker. Er volgde een gezellige rustige dag in Utrecht met veel gepeins hoe het nu verder moest met mijn avontuur.

De volgende dag om 7:15 uur de beslissing genomen: weer proberen. Als ik nu tot aan Wageningen kom kan ik altijd bij Liesbeth op bezoek gaan. Maar zin om te liften heb ik absoluut niet. Poging om bij Aart-Jan een kaart van Duitsland met alle Raststätten te krijgen is ook al mislukt. Dus om ± 8:15 uur bij een goede liftersplaats richting Arnhem. De regenbui heb ik afgewacht maar het druppelt nog een beetje. De 3de auto neemt me mee. Een Turkse man, gevlucht voor het regime, werkt als journalist voor Turkse kranten, vindt dat als je je als buitenlander een beetje aanpast, je niet gediscrimineerd wordt. Bij een tankstation voor Arnhem uitgestapt. Een fotograaf van de ANP wil me naar de grens brengen, maar niet over de grens. Over de grens gelopen, was geen probleem, maar ik moest wel m’n paspoort laten zien. Meegenomen door een Duitser, een soort Italiaans uitziende Mart Smeets, tot Rasthof Öhligser Heide vlak voor Keulen. Meegenomen door een Duitse scheikundeleraar naar Rasthof Hunsrück voor Mainz. Voordat ik ingestapt was had ik al koffie van hem gehad.

Op avontuur naar Italië

Ik heb het van te voren geweten, ik heb het gewild, maar toch, wat was het balen. Terwijl er eigenlijk nog maar heel weinig misgegaan was. Het regende alleen maar en de politie kwam twee keer langs. Dat was alles. Maar ik begon wel meteen al eraan te denken een interrailkaart te kopen, of een busreis, of gewoon maar helemaal de zaak uit te stellen.

Vrijdagochtend om 5:15 uur opgestaan en om 6:15 was ik bij de Utrechtsebrug. Met een bordje ‘Keulen’. Redelijk zot, maar toen was het tenminste nog droog. Dat veranderde snel, de ene bui na de andere kwam over en ze werden allengs harder. Paniekgevoelens omtrent hoe mijn rugzak en mijzelf droog te houden. En koud! Maar om ongeveer kwart over 7 stopt er een halve Fransman. “Gaat u richting Keulen?” “Ja maar ik stop wel vóór Keulen.” Geweldig. Ik stap in. Bij de afslag Vleuten bij Utrecht begint-ie te wijzen: “Vleuten, Vleuten”. Vleuten??? Nee ik moet niet naar Vleuten maar naar Keulen, Cologne!!! Jammer. Maar toch op een goede plek afgezet, bij de afslag naar Arnhem. Als ik naar de liftersplaats / oprit loop, met het bordje Keulen alvast in de aanslag, en eens achterom kijk, zie ik daar een motoragentje aankomen.